FAQ's

          

Het doorkoppelen op de werf, hoe gebeurt dat?

Op de werf worden de leidingregisters aangesloten op de (hoofd)omloopleidingen van de HVAC-installatie of op de collectors van het regelingssysteem door dezelfde firma die tijdens de fabricage van de Kerkstoel Activ Vloeren het leidingwerk aanbrengt. Op die manier zijn de verantwoordelijkheden duidelijk en eenduidig afgebakend.

Een leiding wordt (per ongeluk) doorboord. Wat nu?

Het gevaar voor doorboringen is zo goed als onbestaande. Zolang men niet dieper boort dan 4 cm kan men de leidingen niet raken aangezien ze op 6 cm van de onderkant van de plaat liggen. Bovendien liggen de leidingen volgens een bekend vast patroon. De plaatsen waar de platen doorboord mogen worden, kunnen worden aangegeven door middel van cellenbetonblokjes. Als er onverhoopt toch een leiding geraakt zou worden, moet men het lek detecteren, het beton ter hoogte van het lek over ca. 30 cm verwijderen (ter plaatse ‘wegschieten’) en een speciaal tussenstuk inbouwen. Zo’n reparatie is niet goedkoop, hier geldt: voorkomen is beter dan genezen!

Tijdens de werkzaamheden op de werf breekt er een plaat. Wat gebeurt er?

De gebroken plaat wordt uit roulatie genomen en vervangen door een identieke plaat. Als er geen geschikte plaat ter vervanging beschikbaar is, wordt er zo snel mogelijk (binnen enkele dagen) een nieuwe plaat gemaakt.

Hoe wordt de kwaliteitscontrole gegarandeerd?

De klant kan kiezen voor een knikkertest en/of een (lucht)druktest. Bij een knikkertest, of kogeltest, wordt de afwezigheid van ‘ovalisering’ in de leidingregisters, en dus de vrije doorstroming doorheen de buizen, aangetoond. In een (lucht) druktest wordt het leidingencircuit gedurende ongeveer een maand op een druk van 6 bar gebracht en aan de hand van (tijdelijke) manometers gecontroleerd op drukverliezen. Enkel platen die voldoen aan de kwaliteitseisen verlaten de fabriek.

Kan men de temperatuur in een bepaalde ruimte naar behoefte bijregelen?

Uiteraard. Een oordeelkundig, geïntegreerd ontwerp is wel een voorwaarde. Normaal wordt uitgegaan van een temperatuurverschil van maximaal 8°C tussen 2 naast elkaar gelegen ruimtes. Door een gebouw op te delen in zones op basis van oriëntatie, warmtebehoefte of gewenste comforttemperatuur, en een 2- of 4-pijpsomloopsysteem te gebruiken, kan in het ene vertrek indien nodig worden gekoeld terwijl in het andere wordt verwarmd. Vanuit de opwekinstallatie kan de temperatuur intelligent gestuurd worden: door middel van voorregeling – regeling op basis van de aanvoertemperatuur en/of retourtemperatuur van het water – en/of naregeling – op basis van het waterdebiet – is het mogelijk om de temperatuur per zone op verschillende manieren te regelen. Ook de ‘dodebandregeling’ op basis van de ruimtetemperatuur is vrij gangbaar. Individuele naregeling op ruimteniveau gebeurt voornamelijk op een van de volgende manieren: door het waterdebiet te regelen of door het aantal verversingen in het ventilatiesysteem aan te passen door middel van VAV-kleppen, Waarbij de lucht al dan niet wordt naverwarmd. Zowel het waterdebiet als de verluchtingscycli zijn eenvoudig te regelen met een ventiel dat kan bediend worden vanop een soort thermostaat, waardoor de gewenste comforttemperatuur vrij snel Wordt bereikt. In uitzonderlijke gevallen kan worden overwogen om beperkte hulpverwarmingstoestellen bij te plaatsen.

Hoe worden plotse veranderingen in de buitentemperatuur binnen geabsorbeerd?

Op het internet zijn allerlei websites en applicaties te vinden die het weer voorspellen. Door die weersvoorspellingen te koppelen aan het programma voor de temperatuurregeling (zie vorige vraag) kan men proactief de gewenste binnentemperatuur instellen. Bij onvoorziene omstandigheden kan men, door de temperatuur van het water met een graad te verhogen of te verlagen,het afgegeven vermogen met 15 à 20% opdrijven of verminderen. Normaal volstaat dit. Het is dus mogelijk om het hele jaar door een constant aangenaam binnenklimaat te garanderen, zonder dat het in de zomer te warm of in de winter te koud wordt.